Zwangerschapsperiode vreugdevol omgeven door Leven en Licht

 

 

Het wonder van de embryonale en foetale ontwikkeling begint met samengaan van twee dragende bronnen: vader en moeder. Daaraan vooraf gaan de generaties waar het nieuwe leven toe behoort. De erfelijke factoren zijn bekend als DNA, maar minder bekend zijn de erfelijke factoren die wel invloed hebben op het DNA, maar zonder verstoring van de "genetische code", zoals we de erfelijkheid in "46 chromosomen" noemen. Invloeden van levensomstandig-heden in de voorgaande generaties zoals overleving van oorlogstrauma's of andere aandoeningen noemen we epigenetische erfelijke factoren die ons nieuwe leven beïnvloeden. Een tweede belangrijke factor is de directe invloed die vanaf de conceptie op het embryo en de foetus wordt uitgeoefend door allerlei omstandigheden. In de afbeelding ziet u brandende kaarsen als symbool van een warm welkom. Soms zijn de kaarsen er niet en is er geen sprake van een warm welkom door allerlei omstandigheden, zoals de gejaagdheid van het leven, die invloed uitoefent op de zwangere a.s. moeder, of de persoonlijke spanningen die de moeder soms doormaakt, uit welke bron die spanningen ook ontstaan. Het zijn deze omstandigheden die zodanige invloed uitoefenen op het "kind-in-wording" dat we spreken van "foetale programmering". Bi het woord 'programmering' kunnen we het beste denken aan een computerprogrammeur die de uitkomst van zijn product bepaalt (algoritme, zie openingsartikel Blog).

 

Hierover treft u meer medisch-technische gegevens in het Blog onder de rubriek Achtergrondinformatie.